Clamator glandarius
De Kuifkoekoek heeft een lengte van ongeveer 30 tot 34 cm en een spanwijdte van 60 tot 70 cm. Mannelijke Kuifkoekoeken hebben een opvallende zwarte kuif en een grijsblauw verenkleed, terwijl de vrouwtjes iets minder gesatureerd gekleurd zijn, met meer bruinachtige tinten. Jonge vogels zijn overwegend bruin met een minder uitgesproken kuif. Verwarring kan optreden met andere koekoeken, maar de grootte en de kuif zijn duidelijke onderscheidende kenmerken. Het geluid van de Kuifkoekoek is ook uniek en kan helpen bij identificatie.
Kuifkoekoeken geven de voorkeur aan open, bosrijke gebieden en struweel, vaak nabij landbouwgrond. Hun dieet bestaat voornamelijk uit insecten, met een voorkeur voor rupsen die ze bij andere vogels in nesten afhandig maken. De voortplanting vindt plaats in de zomer, wanneer het vrouwtje haar eieren in de nesten van andere vogels legt, een typisch gedrag voor koekoeken. Ze zijn gedeeltelijk trekvogels, met veel van de Europese populaties die in de winter naar Afrika trekken.
In Nederland en België is de Kuifkoekoek een zeldzame broedvogel, met de meeste waarneming in de periode van eind april tot begin september. Het aantal broedgevallen is echter laag en de soort wordt met name gezien tijdens de trekperiode in het voorjaar en de herfst. Het is voornamelijk een passage-vogel in Nederland, met sporadische broedgevallen die afhankelijk zijn van geschikte nestgelegenheid.
De Kuifkoekoek staat op de Rode Lijst van bedreigde vogels in Nederland en België. De trend is dalend, voornamelijk door verlies van geschikt leefgebied en concurrentie om nestplaatsen met andere vogelsoorten. Het behoud van open bosgebieden en natuurbeheer is essentieel voor de bescherming van deze soort.