Circus macrourus
De Steppekiekendief heeft een spanwijdte van ongeveer 100 tot 120 cm en een lengte van 50 tot 60 cm. Mannetjes hebben een grijze rug en een witgekleurde onderzijde, terwijl vrouwtjes en jonge vogels een bruin en gestreept uiterlijk hebben. Een belangrijk onderscheid met de Blauwe Kiekendief is dat de Steppekiekendief minder opvallende ondervleugels heeft, die vooral wit zijn zonder veel zwart. Dit kan verwarring met andere kiekendieven, zoals de Grauwe Kiekendief, opleveren, vooral aan de hand van vliegpatroon en kleurvariaties.
De Steppekiekendief broedt in open, droge graslanden en steppes, waar hij vliegt in de lucht op zoek naar prooi. Het dieet bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren, zoals muizen, en ook vogels en insecten spelen een rol. Het broedseizoen start in april en mei, waarbij het vrouwtje meestal 3 tot 5 eieren legt. Na 28 tot 30 dagen komen de eieren uit, en zowel het mannetje als het vrouwtje zorgen voor de jongen. De Steppekiekendief vertrekt in de herfst naar het zuiden voor overwintering.
In Nederland en België is de Steppekiekendief een zeldzame broedvogel en voornamelijk te zien tijdens de trektijd. De soort komt vooral voor in de maanden van april tot oktober. De broedgevallen zijn geconcentreerd in enkele gebieden, zoals de polders en graslanden in het noorden en oosten van Nederland. Tijdens de trek zijn ze ook te zien in andere delen van het land, vooral in de omgeving van akkers en open velden.
De Steppekiekendief staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten en wordt als kwetsbaar beschouwd in Nederland en België. De soort heeft een afnemende populatietrend door habitatverlies, onder andere door intensieve landbouw en een afname van de beschikbaarheid van geschikte broedlocaties. Er zijn enkele beschermingsmaatregelen getroffen, maar nadelige veranderingen in het landschap blijven een belangrijke bedreiging voor deze vogelsoort.