Circus cyaneus
De Blauwe kiekendief heeft een spanwijdte van ongeveer 120 tot 135 centimeter en een lengte van 45 tot 55 centimeter, wat hem een gemiddelde grootte geeft voor een roofvogel. Mannetjes zijn doorgaans donkerblauw met een lichte kop en een witte stuit, terwijl vrouwtjes bruin met lichtere vlekken zijn en een meer retourtint hebben. Jonge vogels lijken op de vrouwtjes, maar zijn meestal wat lichter van kleur. Deze soort kan verward worden met de Grauwe kiekendief, maar laat zich onderscheiden door zijn helderwitte stuit en de kleur van de ondervleugels tijdens de vlucht.
De Blauwe kiekendief nestelt doorgaans op de grond in open terrein, zoals graslanden en rietvelden. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren, zoals veldmuizen, maar ook vogels en insecten worden gevangen. Tijdens het broedseizoen, dat meestal plaatsvindt van maart tot juli, legt het vrouwtje enkele eieren in een nest dat vaak verborgen is tussen de vegetatie. In de winter kan deze soort afreizen naar zuidelijkere gebieden, al blijft er een kleine populatie in Nederland en België overwinteren.
In Nederland en België komt de Blauwe kiekendief voornamelijk voor in het open agrarisch landschap, heidegebieden en natuurreservaten. Tijdens het broedseizoen is de soort redelijk algemeen in bepaalde gebieden, maar het aantal broedparen is de laatste jaren afgenomen, waardoor de soort als kwetsbaar wordt beschouwd. In het najaar zijn ze soms in grotere aantallen te zien tijdens de trekperiodes, vooral in oktober en november.
De Blauwe kiekendief staat op de rode lijst van bedreigde soorten in Nederland en België en is beschermd onder de Europese Vogelrichtlijn. De trend van de populatie is al jaren dalend door verlies van leefgebied en verstoring van broedlocaties. Voor bescherming is er aandacht voor het beheer van hun leefomgeving en het beschermen van nestplaatsen tegen predatie en landbouwactiviteiten.