Ciconia ciconia
De ooievaar is een grote vogel met een lengte tot 100 centimeter en een spanwijdte van ongeveer 155 centimeter. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar over het algemeen zijn ze gelijk van uiterlijk. Jonge ooievaars zijn bruinachtig van kleur en hebben nog niet het kenmerkende witte verenkleed. Een mogelijke verwarring kan optreden met de lepelaar, die echter een breder lichaam en een andere snavelvorm heeft. De herkenning komt ook door de uniekheid van zijn manier van lopen: met een statige, slenterende gang.
De ooievaar is meestal te vinden in open landschappen met natte weilanden, moerassen en nabij wateren zoals rivieren en meren. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit insecten, kleine zoogdieren, amfibieën en vissen. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar, waarbij het vrouwtje meestal 3 tot 5 eieren legt in een groot nest. De ooievaar is ook een trekvogel, die na het broedseizoen in de herfst naar warmer gebieden in Afrika vertrekt en in het voorjaar terugkeert.
In Nederland en België is de ooievaar tegenwoordig een vrij algemene vogel, vooral in het noordoosten van Nederland, waar hij weer in opkomst is na een periode van afname. In de maanden april tot oktober zijn ze het meest zichtbaar, aangezien dit de periode is waarin ze terugkeren om te broeden. Je kunt ze vaak aantreffen in agrarische gebieden en bij traditionele nestlocaties zoals schoorstenen en palen.
De ooievaar heeft in Nederland en België een gunstige beschermingsstatus en wordt actief beschermd. De populatie vertoont een stijgende trend, vooral door natuurbeschermingsinitiatieven en het herstel van moerasgebieden. Bedreigingen voor de soort zijn habitatverlies door landbouwintensivering en het verdwijnen van traditionele nestlocaties. Het behoud van open landschappen en voedselaanbod is cruciaal voor de toekomst van deze vogel.