
Soort · Meeuwen en sterns
Chroicocephalus ridibundus
Foto: Kokmeeuw door Johan van Beilen
De Kokmeeuw heeft een gemiddelde lengte van 35 tot 40 cm en een spanwijdte van 90 tot 100 cm. Tijdens het broedseizoen heeft hij een donkerbruin hoofd, witte onderkant en grijs op de vleugels. Mannetjes en vrouwtjes zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Jongere vogels zijn herkenbaar aan hun bruine en witte tekening, die hen meer doet lijken op andere meeuwen, zoals de Zilvermeeuw. Ze kunnen soms verwisseld worden met andere soorten kleine meeuwen, maar de Kokmeeuw heeft een duidelijker afgebakende snavel en een andere verhoudingen in de vleugels.
Kokmeeuwen leven voornamelijk in de buurt van zoet en zout water, zoals meren, rivieren en kustgebieden. Hun dieet bestaat uit een variëteit aan voedsel, waaronder vis, insecten en afval. Ze broeden vaak op eilanden of in ondiepe gebieden met vegetatie. Hun broedseizoen loopt van april tot juli, waarin ze meestal 3 tot 4 eieren leggen. De Kokmeeuw is deels een trekvogel; veel individuen migreren in de winter naar warmer gebieden, terwijl een aantal ook in Nederland en België kan overwinteren.
In Nederland en België is de Kokmeeuw het hele jaar door te zien, met een grotere concentratie tijdens de broedperiode. Ze zijn vooral te vinden in waterrijke gebieden, zoals polders, meren en langs de kust. Tijdens de zomermaanden zijn ze vaak te spotten op de broedgebieden, terwijl ze in de winter vaak naar voedselrijke gebieden in de uiterwaarden trekken. De Kokmeeuw is een vrij algemene soort in Nederland en België.
De Kokmeeuw staat op de Nederlandse Rode Lijst als niet bedreigd, met een stabiele populatie. De soort heeft te maken met enkele bedreigingen, waaronder habitatverlies door menselijke activiteiten en vervuiling van wateren. Voorlopig lijkt de trend van de soort positief, maar continue monitoring is noodzakelijk om de populatie in stand te houden.