De Grote Canadese gans heeft een lengte van 75 tot 100 cm en een spanwijdte van 130 tot 185 cm, waardoor het een grote vogel is. Mannetjes en vrouwtjes zijn doorgaans gelijk in uiterlijk, maar mannetjes zijn vaak iets groter. Jonge vogels hebben een minder uitgesproken zwart-witte kop en een meer gespreid bruin verenkleed. Deze soort kan verwarrend zijn met de kleinere Kolgans, maar de Grote Canadese gans heeft een langere nek en een grotere omvang.
De Grote Canadese gans leeft voornamelijk in vijvers, meren en langs rivieren. Ze voeden zich met gras, granen en andere plantaardige materialen. Het broedseizoen loopt van maart tot juli, en het nest wordt vaak dicht bij water gebouwd. In Nederland en België is de soort sedentair, wat betekent dat ze het hele jaar door kunnen blijven, maar sommige populaties migreren naar warmer gebied in de winter. De jongen blijven de eerste weken bij de ouders.
In Nederland en België is de Grote Canadese gans vooral te zien in de winter en tijdens de broedtijd van maart tot juli. De soort is de afgelopen decennia steeds algemener geworden en maakt nu deel uit van het Nederlandse en Belgische landschap, met name in natuurgebieden en parken. De kans om deze gans te observeren is groot, vooral in gebieden met voldoende water en grasrijke omgevingen.
De Grote Canadese gans staat niet op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten in Nederland en België en lijkt zich in aantal te stabiliseren of zelfs te vermeerderen. Bedreigingen voor de soort zijn onder meer voedselconcurrentie van andere vogels en habitatverlies. Specifieke trends zijn momenteel niet gedocumenteerd.