De Tafeleend heeft een gemiddelde lengte van 40 tot 50 cm en een spanwijdte van 80 tot 90 cm. Het mannetje is te herkennen aan zijn kastanjebruine hoofd, zwart-witte rug en witte flanken. Het vrouwtje is overwegend bruin met een lichter gekleurde kop. Ook zijn er jonge vogels, die lijken op het vrouwtje maar vaak een wat lichter buikgebied hebben. De Tafeleend kan verward worden met de geelsnavelduiker, maar deze heeft een andere snavelvorm en kleuring.
De Tafeleend komt voor in zoet- en brakwater zoals meren, rivieren en vijvers. Ze voeden zich voornamelijk met waterplanten, zaden en insecten. Het broedseizoen valt meestal tussen april en juli, waarbij het vrouwtje een nest bouwt op het land nabij het water. De soort is deels trekvogel; in de winter trekt een groot gedeelte naar zuidelijkere delen van Europa en Afrika om te overleven.
In Nederland en België is de Tafeleend een gewone verschijning in grote wateroppervlakten, vooral tijdens de migratieperiodes in de herfst en het voorjaar. In de wintermaanden zijn ze terug te vinden in grotere aantallen, maar het aantal broedparen in het voorjaar kan variëren afhankelijk van de omstandigheden. Ze zijn vooral te zien in natuurgebieden en langs wateren met een rijke vegetatie.
De Tafeleend is beschermd onder de Wet natuurbescherming in Nederland en België. De soort heeft de afgelopen jaren een stabiele populatie gekend, hoewel lokale variaties bekend zijn. Bedreigingen zijn er door habitatverlies door landbouw en verwoesting van moerasgebieden, maar specifieke trends zijn nog niet vastgesteld.