De Velduil heeft een gemiddelde lengte van 37 tot 46 cm en een spanwijdte van 90 tot 100 cm. Het verenkleed is overwegend bruin met lichtere vlekken, waarbij de vliegende en het gezicht prominente kenmerken zijn. Mannetjes zijn vaak iets kleiner dan vrouwtjes, terwijl juvielen een meer afgezwakte kleur hebben. De Velduil kan worden verward met andere uilen zoals de Ransuil, maar heeft een duidelijke vorm en grootte die helpen bij de identificatie.
De Velduil komt voor in open, onbewoonde gebieden waar het zijn prooi goed kan zien. Het dieet bestaat hoofdzakelijk uit muizen en andere kleine zoogdieren, die het 's nachts jaagt. Het broedseizoen valt meestal in de lente, waarbij een nest op de grond wordt gemaakt. Na een draagtijd van ongeveer 30 dagen komen de jongen uit, die enkele weken afhankelijk zijn van de ouders voor voedsel. De Velduil is deels trekvogel; sommige individuen migreren naar warmer gebieden in de winter voor voedsel.
In Nederland is de Velduil vooral te zien in de wintermaanden, wanneer hij naar agrarische gebieden trekt op zoek naar voedsel. De soort is over het algemeen vrij zeldzaam en komt sporadisch voor in verschillende delen van het land, vooral in het noorden en oosten. In België is de Velduil ook zeldzaam en wordt hij vooral gezien in de polders en onbebouwde gebieden.
De Velduil staat op de Rode Lijst van de vogels en figureert als kwetsbaar in Nederland. De populatie vertoont een dalende trend, voornamelijk door habitatverlies door landbouwintensivering en droogte in broedgebieden. Beschermingsmaatregelen zijn dringend nodig om de soort te behouden en verdere achteruitgang te voorkomen.