Arenaria interpres
De Steenloper heeft een stevig lichaam met een blauwe-grijze rug, witte onderzijde en een zwart-witte kop. Deze vogel heeft een lengte van ongeveer 20 tot 23 cm. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk in uiterlijk, maar jonge vogels hebben een meer bruinachtige en vlekkerige uitstraling. De Steenloper kan verwarring oproepen met de Drieteenstrandloper, maar deze laatste is kleiner en heeft meer opvallende zwart-witte vlekken op de borst.
Steenlopers zijn voornamelijk te vinden op open kustgebieden en zandbanken, waar ze zich voedden met kleine ongewervelden, zoals schelpen en wormen. Het broedseizoen begint in mei, wanneer ze hun nesten op de grond in het blootgestelde landschap bouwen. Tijdens de trekperiode migreren ze langs de kust en zijn ze vaak te zien voor hun voedsel in een snel tempo. In de winter verblijven ze ook vaak in gebieden langs de Noordzeekust.
In Nederland is de Steenloper vooral te zien aan de kust tijdens de trekperiodes in het voorjaar en de herfst. Hij komt ook in kleinere aantallen voor op waddeneilanden en in Brabantse natuurgebieden. De Steenloper is geen alledaagse verschijning en kan als zeldzaam worden beschouwd, hoewel zijn aantallen kunnen variëren afhankelijk van het seizoen.
De Steenloper staat niet specifiek op de Nederlandse Rode Lijst, maar zijn populatie vertoont een afnemende trend door habitatverlies en verstoring van broedgebieden. Als kustbewoner kan hij ook lijden onder veranderingen in het ecosysteem en klimaatverandering. Verdere gegevens over de bescherming en specifieke bedreigingen zijn niet beschikbaar.