Apus apus
De gierzwaluw is een vrij kleine vogel, met een lengte van ongeveer 16 tot 17 centimeter en een spanwijdte van 38 tot 42 centimeter. Ze hebben een smal, spitse lijf en een lange, diep ingesneden staart. Het verenkleed is volledig donkerbruin tot zwart, wat hen een kenmerkend silhouet geeft in de lucht. Er is geen significant verschil tussen mannelijke en vrouwelijke gierzwaluwen, en jonge vogels lijken op volwassenen, hoewel ze soms een lichtere kleur hebben. Ze kunnen verward worden met andere zwaluwachtige soorten, maar het gebrek aan lange staartveren en de sterkere vleugels helpen bij de identificatie.
Gierzwaluwen zijn doorgaans te vinden in de lucht boven stedelijke gebieden, waar ze zich voeden met vliegende insecten zoals muggen en vlinders. Ze zijn vooral actief in de vroege ochtend en de late avond. Deze vogels nestelen in spleten van gebouwen en onder dakpannen, waar ze nestmateriaal verzamelen dat bestaat uit stukjes gras en plantenresten. Het nestelen begint meestal in april en mei, en het vrouwtje legt 2 tot 4 eieren. Gierzwaluwen zijn trekvogels die in de herfst naar Afrika migreren en in de lente terugkeren naar Europa.
In Nederland en België zijn gierzwaluwen vooral te zien van april tot september. Ze komen in vrijwel alle stedelijke gebieden voor, waar ze nestelen onder daken en in gebouwen. Gierzwaluwen zijn redelijk algemeen, maar hun aantallen zijn de laatste decennia afgenomen, vooral in gebieden waar de beschikbaarheid van nestgelegenheid is verminderd door renovatie van gebouwen en het sluiten van nestplaatsen.
De gierzwaluw staat op de Nederlandse Rode Lijst als kwetsbaar. Hun populatie is aan het afnemen door habitatverlies, vooral door het afbreken van oude gebouwen en het afsluiten van nestlocaties. Er zijn maatregelen nodig om hun leefgebied te beschermen en te zorgen voor voldoende nestgelegenheid in stedelijke gebieden.