Apatura iris
De Grote weerschijnvlinder heeft een wingspan van ongeveer 5 tot 6 centimeter. De bovenzijde van de vleugels van het mannetje is diep paars met zwarte en oranje vlekken, terwijl het wijfje een bruinere kleur heeft met blauwachtige vlekken. Jongere exemplaren kunnen minder uitgesproken zijn in kleur. Het is belangrijk om deze soort niet te verwarren met andere vlinders zoals de koninginnenpage of de kleine vos, die minder iriserende kleuren vertonen.
De Grote weerschijnvlinder leeft vooral in vochtige bossen en bosranden, waarbij de aanwezigheid van kleine open plekken en bloemen van belang is. De rupsen voeden zich met verschillende soorten bomen, waaronder wilgen en populieren. De soort heeft een relatief korte levenscyclus en ondergaat een volledige gedaanteverwisseling. Voortplanting vindt plaats in de late zomer, en de eitjes worden vaak op de onderzijde van bladeren gelegd. Van trekgedrag is bij deze soort niet bekend.
In Nederland en België komt de Grote weerschijnvlinder vooral voor in laaglandbossen en parkachtige gebieden. De soort is te zien van mei tot september, met een piek in de maanden juni en juli. Hoewel de soort enkele gemelde populaties heeft, is hij over het algemeen niet heel algemeen en kan bij sommige omstandigheden als zeldzaam worden beschouwd.
De Grote weerschijnvlinder staat op de rode lijst van bedreigde diersoorten in Nederland, waar hij als kwetsbaar wordt beschouwd. De trend van de populatie in Nederland is aflopend, grotendeels door habitatverlies en verslechtering van het leefmilieu. Verdere bedreigingen zijn onder andere verandering in landgebruik en intensieve landbouw, die de beschikbaarheid van voedsel en geschikte leefgebieden beïnvloeden.