Anser caerulescens
De Sneeuwgans heeft een lengte van ongeveer 60 tot 70 cm en een spanwijdte van 120 tot 150 cm. De volwassen vogels hebben een voornamelijk witte kleur met een donkere snavel en een korte hals. Er zijn ook grijsachtige varianten die minder vaak worden gezien. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk in uiterlijk, maar jonge vogels hebben vaak een grijzere tint en zijn minder opvallend. Ze kunnen verwarring oproepen met de kleinere Ross' gans, die echter een korter uiterlijk en een andere snavelvorm heeft.
Sneeuwganzen komen vooral voor in open, vochtige gebieden zoals moerassen, vlaktes en landbouwgronden. Hun dieet bestaat voornamelijk uit gras, gewassen en andere plantaardige materialen. Ze broeden in het hoge noorden en leggen hun eieren meestal in mei of juni. Tijdens de winter trekken ze naar gematigde gebieden, waaronder Nederland en België, waar ze zich verzamelen in grote groepen om te foerageren op landbouwvelden.
In Nederland en België zijn Sneeuwganzen vooral te zien tussen oktober en april, wanneer ze op zoek zijn naar voedsel in de gematigde omgeving. Ze zijn zeker niet zeldzaam tijdens de wintermaanden en kunnen in grote aantallen worden waargenomen, vooral in gebieden met open land en waterrijke natuur. De soort is vaker aanwezig in de Waddenregio en rond de grotere wateren.
De Sneeuwgans wordt als niet bedreigd beschouwd in Nederland en België, en de populaties zijn in de afgelopen jaren gestegen, vooral door succesvolle bescherming en het beheer van hun leefgebieden. Toch kunnen veranderingen in landbouwpraktijken en habitatvernietiging een potentieel risico vormen. De soort valt onder de Europese Vogelrichtlijn en is daarmee beschermd.