Actitis hypoleucos
De Oeverloper is ongeveer 25 tot 28 cm groot en heeft een slank lijf met lange poten. De vogel heeft een grijsbruin verenkleed met een witte buik en een kenmerkende witte streep boven het oog. Mannetjes en vrouwtjes zijn vrijwel identiek in uiterlijk. Jonge vogels hebben een meer gestreepte rug en zijn iets minder kleurrijk. De Oeverloper kan verward worden met soortgelijke steltlopers, zoals de bosruiter, maar heeft een lichtgebogen snavel en een minder opvallende lichaamsvorm.
Oeverlopers komen voor in verschillende waterrijke habitats, zoals oevers van rivieren, meren en estuaria. Hun dieet bestaat voornamelijk uit insecten, kleine kreeftachtigen en wormen, die ze met hun snavel uit de modder of het zand halen. De voortplanting vindt plaats in de zomer, wanneer ze hun nesten op de grond, vaak in de buurt van water, maken. Oeverlopers zijn trekvogels en verhuizen in de winter naar zuidelijkere gebieden.
In Nederland en België zijn Oeverlopers voornamelijk te zien tijdens de trektijd, van maart tot mei en van augustus tot oktober. Ze zijn het meest algemeen in waterrijke gebieden, zoals de Waddenzee en de grote rivieren. Terwijl ze in de zomer broeden, zijn ze minder zichtbaar in het binnenland, maar worden ze vaak waargenomen in de buurt van kustgebieden.
De Oeverloper staat op de lijst van beschermde soorten in Nederland en België. De soort heeft de laatste jaren een lichte afname in aantallen vertoond, voornamelijk door verlies van geschikte leefgebieden door drainage en vervuiling van wateren. In sommige gebieden zijn beschermingsmaatregelen ingesteld om het leefgebied te verbeteren en de broedpopulaties te ondersteunen.