Acrocephalus scirpaceus
De Kleine karekiet is een kleine zangvogel met een lengte van ongeveer 13 tot 15 cm. Hij heeft een bruinachtige rug en een lichte buik, met een relatief korte staart en een slanke snavel. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar mannetjes zingen vaak meer. Jongeren lijken op de volwassen vogels, maar zijn iets doffer van kleur. De soort kan verward worden met de Grote karekiet, maar deze heeft een grotere snavel en een andere zang.
De Kleine karekiet komt voor in rietvelden, moerassen en andere natte gebieden. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit insecten en andere ongewervelden, die hij zowel in de lucht als tussen het riet vangt. De vogel broedt meestal in juni, waarbij het vrouwtje een nest van gras en riet bouwt, waarin zij 3 tot 6 eieren legt. De soort is migrerend en stelt zowel hoge eisen aan zijn broedbiotoop als aan de voedselvoorziening tijdens de trek.
In Nederland is de Kleine karekiet vooral te zien in het broedseizoen van april tot augustus, vooral in rietvelden langs de kust en binnenlandse moerasgebieden. De soort is vrij algemeen, maar de aantallen fluctueren sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikt leefgebied. In België komt hij ook voor, maar de populatie is daar minder sterk dan in Nederland.
De Kleine karekiet staat op de Nederlandse Rode Lijst als kwetsbaar, met een afnemende trend in sommige gebieden. De belangrijkste bedreigingen zijn habitatverlies door drainage en het maaien van rietvelden tijdens het broedseizoen. Beschermingsmaatregelen zijn noodzakelijk om geschikte broedhabitats te behouden.